logo
news

Installatiespecificatie van glasvezel afsluiting

April 9, 2025

De installatie van glasvezelmoffen is cruciaal voor het garanderen van betrouwbare prestaties van glasvezelnetwerken. Een correcte installatie beschermt gesplitste vezels tegen omgevingsfactoren (vocht, stof, mechanische stress) en behoudt de signaalintegriteit. Hieronder vindt u de gedetailleerde specificaties voor de installatie van glasvezelmoffen.

 

1. Voorbereiding voor Installatie

1.1 Locatiekeuze

Luchtinstallatie: Monteer op palen of draagkabels, zorg voor een minimale hoogte van 5 meter boven de grond.

Ondergrondse/Begraven Installatie: Installeer in inspectieputten of direct begraven (minimale diepte 0,8–1,2 meter, onder de vorstgrens indien van toepassing).

Binnen/Wandmontage: Zorg voor adequate ventilatie en bescherming tegen fysieke schade.

laatste bedrijfsnieuws over Installatiespecificatie van glasvezel afsluiting  0

1.2 Gereedschap & Materialen

Glasvezelmof (afgestemd op kabeltype: rechtstreeks, aftakking, koepel of horizontaal type)

Fusielasmachine, OTDR, vezelsnijder

Krimpkous, afdichtingstape, waterdichte gel

laatste bedrijfsnieuws over Installatiespecificatie van glasvezel afsluiting  1laatste bedrijfsnieuws over Installatiespecificatie van glasvezel afsluiting  2

Kabelbinders, vezelbakjes, aardingsdraad

laatste bedrijfsnieuws over Installatiespecificatie van glasvezel afsluiting  3

Alcoholdoekjes, pluisvrije poetsdoeken

laatste bedrijfsnieuws over Installatiespecificatie van glasvezel afsluiting  4

1.3 Kabelvoorbereiding

Strip de kabelmantel voorzichtig zonder de vezels te beschadigen.

Reinig en verwijder overtollig vulmiddel (indien aanwezig).

Laat voldoende vezellengte (≥1,5m) over voor het lassen en opbergen.

 

2. Installatiestappen

2.1 Montage van de Mof

Luchtinstallatie: Bevestig met roestvrijstalen banden om beweging te voorkomen.

Begraven: Plaats in een beschermende koker of gebruik een versterkte mof voor directe begraving.

Paal/Wandmontage: Zorg ervoor dat de beugels corrosiebestendig zijn.

2.2 Kabelinvoer & Bevestiging

Gebruik doorvoertules/afdichtingsklemmen om kabelglijden en binnendringen van vocht te voorkomen.

Bevestig de trekontlasting (aramidgaren/staaldraad) aan de ankerpunten van de mof.

Houd de buigradius aan van ≥20× kabeldiameter (statisch) of ≥10× (tijdens installatie).

2.3 Vezellassen & Opbergen

Voer fusielassen uit met een verlies van ≤0,05dB (single-mode) of ≤0,3dB (multi-mode).

Schik de gesplitste vezels netjes in bakjes, waarbij de buigradius ≥30mm wordt aangehouden.

Vermijd strakke bochten of scherpe draaiingen die microbuigingsverliezen veroorzaken.

2.4 Afdichting & Bescherming

Breng waterdichte gel of butylrubber aan rond de kabelinvoerpunten.

Gebruik krimpkous of zelfvulkaniserende tape voor luchtdichte afdichting.

Voor begraven moffen, zorg voor dubbele waterdichting (binnenste afdichting + buitenste mechanische bescherming).

2.5 Aarding (indien van toepassing)

Metalen moffen of gepantserde kabels moeten geaard zijn (weerstand ≤5Ω).

Gebruik een koperen aardingsdraad aangesloten op een correcte aardingsstaaf.

 

3. Testen & Documentatie na Installatie

3.1 Prestatieverificatie

OTDR-testen om lasverlies en algehele linkprestaties te bevestigen.

Continuïteitscontrole met een visuele foutzoeker (VFL).

Afdichtingstest (druktest voor begraven moffen of wateronderdompelingscontrole).

3.2 Etikettering & Registraties

Markeer de mof met een unieke ID, kabel-ID's, lasdatums.

Documenteer lasverlieswaarden, vezelkaart en GPS-coördinaten (voor OSP-installaties).